GESCHIEDENIS VAN DE GELAAT- EN KARAKTERKUNDE

 

Vroege geschiedenis

 

In de oertijd hebben de mensen al naar elkaar gekeken en getracht aan de hand van de gelaatsuitdrukkingen zijn handelingen en gedachten duidelijk te krijgen.

 

Ongeveer vijfduizend jaar geleden zijn de Chinezen begonnen de vormen van de schedel en de aanduidingen op het gezicht op schrift te zetten met de verklarende betekenis.

 

Het betrof in eerste instantie de pathologische betekenissen omdat de toenmalige “geneeskundigen” werden geconfronteerd met mensen die van het slagveld kwamen.

 

Men had al snel door dat mensen met brede hoofden fysiek veel sterker waren dan mensen met smalle hoofden en dat zij meestal zware verwondingen overleefden.

 

De secretarissen van de Gele Keizer hebben de vele gegevens geordend en verwoord in de bekende leer genaamd Xiang Mien welke tot op de huidige dag nog steeds in diverse interpretaties wordt toegepast en onderwezen door vele leraren.

 

Als basis kent de Chinese Gelaatkunde twaalf paleizen op het gelaat, met vijf plaatsen van geluk en honderd leeftijden. Ook moedervlekken op gelaat en lichaam hebben een duidelijke betekenis.

 

Via de bekende “zijderoute” kwam heel veel cultuur, kennis, kunst, rijkdom naar het westen. Dus ook de leer van de Gelaat- en Karakterkunde.

 

In het Midden Oosten werd het bekend en toegepast maar helaas in de vergetelheid geraakt.

 

De oude Grieken en Romeinen waren ook bekend met deze kennis zoals we kunnen lezen in het Vaticaans Manuscript “Acta Pilati” waarin een duidelijk beeld werd opgetekend over het uiterlijk van Jezus Christus toen de Romeinen het land Israel in hun bezit hadden.

 

De eerste filosoof die de mentale hoedanigheden terug vond in het hoofd was in feite Aristoteles (384 v.Chr. – 322 v.Chr.).

 

Samen met Socrates en Plato werden zij beschouwd als de meest invloedrijkste filosofen in de westerse tradities.

 

Incidenteel werd het overal in Europa geleerd en toegepast door geleerde mensen zoals astrologen en alchemisten.

Moderne geschiedenis

 

Johann Kaspar Lavater

 

De studie van het gezicht genaamd “Phsysiognomie” is als eerste bestudeerd door de 18eeuwse Zwitserse auteur, filosoof en predikant Johann Kaspar Lavater (Zürich 1741 – Zürich 1801).

 

Lavater werd beroemd door zijn geschriften over de Physiognomie, de wetenschap om middels het uiterlijk, vooral het gezicht, het karakter van de mens af te lezen.

 

Vooral door zijn omvangrijke, fraai geillustreerde “Physiognomische Fragmente zur Beförderung der Menschenkenntnis und Menschenliebe” (1775 – 1778) werd de Physiognomie een populaire vorm van wetenschap.

Franz Joseph Gall

 

De echte wetenschappelijke Phrenologie, die een direct verband tussen de morphologie van de schedel en het menselijk karakter bestudeert, werd ontdekt door de Oostenrijkse arts en hersenchirurg Franz Joseph Gall (1758 – 1828).

 

Gall legt de fundamenten voor de anatomische karakterologie. Hij was een van de eersten die de hersenen beschouwden als het centrum van alle mentale activiteiten.

Begin 1790 begint dokter Franz Joseph Gall zijn systeem genaamd “organologie” en “hersen anatomie” in Wenen. In 1796 begint Gall lezingen te houden in Wenen over voornoemde systemen. In 1798 in december, verscheen het eerste artikel van dokter Gall in de “Neue Teutsche Merkur”.

 

In 1800 begint Johann Gaspar Spürzheim de artikelen van dokter Gall te bestuderen.

 

In 1801 in december, vaardigt keizer Franz II een decreet uit waarin hij de lezingen en de publicaties van dokter Gall verbiedt.

 

In 1804 werd Spürzheim de betaalde assistent van dokter Gall.

 

1805 tot 1807. Dokter Gall houdt lezingen door heel Europa waarbij hij wordt begeleid door Spürzheim als zijn betaalde assistent.

 

In oktober 1807 arriveert Gall in Parijs waar hij zich vestigt.

 

In maart 1808 dienen Gall en Spürzheim een “Memoire” in bij het “Institut de France” waarbij zij voor de eerste keer “hun” anatomische en physiologische claims beschrijven. In 1810 beginnen Gall en Spürzheim met de publicaties genaamd: “Anatomie et psychologie du système nerveux et général, et du cerveau en particulier, avec des observations sur la possibilité de reconnaître plusieurs dispositions intellectuelles et morales de l’homme et des animaux, par la configuration de leurs têtes”

 

4 vols Paris 1810 – 1819 (eerste twee delen met Spürzheim)

 

1813 Gall en Spürzheim gaan definitief uit elkaar.

 

1814 maart. Spürzheim arriveert in Engeland om “zijn” en het systeem van Gall te introduceren.

 

1815 Spürzheim begint met de publicatie van: “The Physiognomical System of Dr. Gall & Spürzheim founded on an Anatomical and Physiological Examination of the Nervous System in general, and of the Brain in Particular, and indicating the Dispositions and Manifestations of the Mind”

George Combe

 

1815 De uitdrukking “Phrenology” wordt aan het systeem gegeven door Dr. Thomas I.M. Forster

 

1816 – 1817 Spürzheim overtuigt zijn critici, vooral John Gordon. Hij legt linken naar de wetenschap.

 

1817 George Combe begint artikelen over phrenologie te publiceren.

 

1819 Publicatie van het eerste boek van George Combe: Esssays on Phrenology

 

1819 Publicatie het boek van Sir George Stuart Mackenzie: Illustrations of Phrenology

 

1820 Oprichting van The Edinburgh Phrenological Society door George en Andrew Combe, David Welsh, James Brownlee, William Waddell en Linsey Mackersey

 

Vanaf nu zien wij een grote vlucht inzake de groei van personen die zich in de Phrenologie gaan interesseren. Vooral in Engeland worden “Phrenological Societies” opgericht.

 

1826 In de krant genaamd Edinburgh Review doet de criticus Francis Jeffrey een aanval op de phrenologie .

 

1828 Publicatie van het werk van George Combe: Constitution of Man

 

1828 Overlijden van Gall bij Parijs

 

1830 Oprichting van The Manchester Phrenological Society

 

1833 De gebroeders Fowler beginnen lezingen te houden over phrenologie in de Verenigde Staten en vooral in New York

 

1840 George Combe, Robert Noel en dokter Gustav Scheve geven voordrachten over phrenologie in Duitsland.

 

1843 Het “Zeitschrift für Phrenologie” verschijnt in Heidelberg, uitgegeven door Dr. E. Hirschfeld en Gustav von Struve.

 

1845 Het “Handbuch der Phrenologie” door Gustav von Struve wordt uitgegeven.

 

1850 en later. De interesse voor de wetenschap Phrenologie neemt af mede door de vergrijzing en sterven van de oprichters van de Societies. Verschillende Societies worden opgeheven.

 

De wetenschap in Engeland werd vaker het doelwit van mensen die het in discrediet hebben gebracht.

 

Bumpreading in Engeland

 

1858 George Combe overlijdt in het verzorgingshuis Moor Park waar ook de dochter van Charles Darwin, Etty, werd verpleegd.

Fowler

 

1860 en later. De gebroeders Fowler komen naar Engeland vanuit de Verenigde Staten om de phrenologie nieuw leven in te blazen.

 

Lorenzo Niles Fowler (1811 – 1896)

 

Orson Squire Fowler (1809 – 1887)

 

De gebroeders Fowler begonnen rond het jaar 1840 met de studies van het lezen van de hoofden.

 

1967 Het einde van The British Phrenological Society.

 

1900 – 1999 professor Paul Bouts een van de laatste phrenologen.

 

1986 Anette Müller en Rhené Emmerich beginnen met hun studie phrenologie en Psychognomie bij professor Paul Bouts.

 

1992 Anette en Rhené worden door hem gediplomeerd tot Phrenoloog en Psychognoom en ook als Cranioloog. Hij benoemt Anette Müller en Rhené Emmerich tot zijn opvolgers.

 

1999 Oprichting van de stichting Per Pulchritudinem in Pulchritudine.

 

2000 Rhené Emmerich richt de Academie voor Gelaat- en Karakterkunde op.

 

2014 Start van de opleiding tot gediplomeerd Psychognoom door de laatste phrenoloog Rhené Emmerich.

 

2018 Op 9 maart 2018 oprichting van Vereniging voor Gelaat- en Karakterkunde Nederland.

 

Voorzitter Judith Sandriman, secretaris Myrian Keyers, penningmeester Anne-Miek Veenhuis en vice voorzitter Bertie Koussen. Ere-voorzitter Rhené Emmerich, de laatste Phrenoloog.

Professor Paul Bouts

 

Victor Bouts wordt op 27 februari 1900 de trotse vader van een zoon: Paul. Hij zou later priester worden, professor worden genoemd en  magister in de karakterkunde, promotor van een natuurlijk leven en weldoener voor jongeren.Tot zijn dood in 1999 zal hij met dankbaarheid en eerbied aan zijn vader denken. Bij de geboorte woog hij slechts 2,2 kg en de artsen gaven hem hoogstens 7 levensjaren.

 

Zijn vader behandelde hem met natuurproducten en leerde hem ademhalingsoefeningen. Zijn hele leven zal Paul Bouts een gevecht leveren tegen zijn zwakke gezondheid. Dit vormt een belangrijke sleutel om zijn leven te begrijpen. Zijn strijd zal hem ertoe brengen zijn verworven kennis te delen met anderen en hen te helpen hun gezondheid te bewaren en te verzorgen.

 

Zijn vader spoort hem aan om natuurgeneeskunde te gaan studeren. Maar op een dag vroeg de jonge Paul Bouts aan zijn vader om missionaris te mogen worden. Zijn vader stemde toe maar hij moest eerst natuurgeneeskunde studeren aan de universiteiten in Frankrijk.

 

Hij studeerde in Parijs, Montpellier, Bordeaux en Clermont-Ferrand. Op 29 mei 1926 wordt hij tot priester gewijd in de Sint Romboutskathedraal van Mechelen. Zijn zwakke gezondheid laat het echter niet toe om naar de missie te gaan.

 

Het is vooral de pedagogie die hem bezighoudt en hij begint te werken aan een nieuwe methode van karakterontleding op basis van schedelonderzoek. In 1931 verscheen zijn boek, geschreven in samenwerking met zijn broer Dokter Camille Bouts: La psychognomie, lecture méthodique et practique du caractère et des aptitudes. In 1951 komt hij in de universiteitsstad Leuven in contact met studenten, die hij privélessen en advies geeft.

 

Hij is niet alleen bezig met karakteranalyses en studieadvies, maar hij stelt ook de gebreken in de gezondheidstoestand vast van vele intellectuelen. Dit alles mondt uit in het boek “Hygiène moderne pour intellectuels”. Het werd ook in het Nederlands vertaald en uiteindelijk kreeg het de sprekende titel “Ik ben nooit moe!” Het boek werd een echte bestseller.

 

Rond 1951 gaat hij zich weer verdiepen in de psychognomie, karakterontleding op basis van gelaat- en schedelkenmerken en ook handschriftontleding. Als grondlegger van die wetenschap neemt hij examens af van buitenlandse intellectuelen in karakterkundige diagnoses.

 

Aan de universiteit van Rio de Janeiro komt een instituut voor psychognomische diagnoses. Zijn boek verschijnt in het Frans, Nederlands en Portugees. In 1965 ontvangt hij van de universiteit van Chicoutimi in Canada de eretitel en het diploma van “Magister in de Karakterkunde”.

 

Professor Paul Bouts bleef als tachtiger en als negentiger nog heel actief en gedreven. Zijn idealen waren nog steeds, de missie, de zieke mensen, de jongeren en de Psychognomie. Tot ver in de negentig bleef hij trouw aan zijn principes van intellectuele arbeid, fysisch bezig zijn door te wandelen, met studie en gebed. Hij overleed te Rotselaar op 7 maart 1999.

 

Op zijn sterfbed hebben Anette en Rhené hem plechtig moeten beloven om zijn levenswerk “De Psychognomie” verder te blijven uitdragen. Na zijn dood hebben Anette en Rhené de stichting Per Pulchritudimen in Pulchritudine opgericht met het doel het levenswerk van onze gewaarde leraar en meester in stand te houden voor het nageslacht.

 

Na het overlijden van Anette Müller op 1 januari 2010 heeft Rhené Emmerich de stichting nieuw leven ingeblazen. De door Rhené opgerichte Academie voor Gelaat- en Karakterkunde heeft reeds vele geslaagden opgeleverd van de enige officiële Tweejarige Opleiding tot Gediplomeerd Psychognoom. Zij zullen met een eerlijk en oprecht hart en vooral met kunde en vakkennis de leer van professor Bouts verder uitdragen.

De Psychognomie

 

Professor Paul Bouts heeft op basis van zijn onderzoeken en bevindingen de methode genaamd Psychognomie in het leven geroepen. Het bestaat uit twee Griekse woorden. Psyche betekent “geest” en Gnomo kunnen wij het beste verwoorden met “uiterlijk kenmerk”. De betekenis van Psychognomie kunnen wij dus duidelijk vertalen in “de uiterlijke kenmerken van de geest”.

 

In zijn levenswerk, het boek met de titel De Psychognomie geeft hij een treffende definitie van het begrip Psychognomie: De Psychognomie is de wetenschap waarmee men zonder voorafgaande kennis van de persoon zijn karakter nagenoeg foutloos kan analyseren.

 

Zijn leer en methode heeft als fundament de onderzoeken en bevindingen van vele Phrenologen zoals Gall, Spürzheim, Lavater, Hollander, Barnard, Fowler en vele anderen. Hij was ook bekend met de Duitser Carl Huter die zijn methode vooral heeft gebaseerd op de Kiembladenleer.

 

De schedelvorm is voor professor Bouts het meest in het oog springende en meest constante vorm. In zijn boek beschrijft hij duidelijk wat de verschillende schedelvormen betekenen. Het is frappant dat zijn methode het nagenoeg steeds bij het rechte eind heeft.

 

Op het hoofd vinden wij 42 plekken met elk een specifieke betekenis die hij “Vermogens “ noemt. Als modelhoofd gebruikte hij de beroemde Phrenology Head van Fowler. Tot op de dag van vandaag wordt het hoofd bij deze studie gebruikt.

 

Voorts past hij de leer van de Physiognomie toe namelijk de gelaatkunde. Het gelaat kan door allerlei omstandigheden veranderen en is dus meestal een een reflexie van het heden en van het jonge verleden. Soms vertelt de huid van het gelaat ook over langere tijd uit het verleden.

 

Professor Bouts leert ook dat het handschrift en de handtekening de analyse gebaseerd op schedelvorm en gelaatkunde kan aanvullen en vervolmaken. Professor Paul Bouts werd op 27 februari 1900 geboren in het Belgische Lanklaar. In 1931 verscheen zijn boek, geschreven in samenwerking met zijn broer Dokter Camille Bouts: La psychognomie, lecture méthodique et practique du caractère et des aptitudes.

 

Hij is niet alleen bezig met karakteranalyses en studieadvies, maar hij stelt ook de gebreken in de gezondheidstoestand vast van vele intellectuelen. Dit alles mondt uit in het boek “Hygiène moderne pour intellectuels”. Het werd ook in het Nederlands vertaald en uiteindelijk kreeg het de sprekende titel “Ik ben nooit moe!” Het boek werd een echte bestseller.

 

Professor Paul Bouts bleef als tachtiger en als negentiger nog heel actief en gedreven. Zijn idealen waren nog steeds, de missie, de zieke mensen, de jongeren en de Psychognomie. Tot ver in de negentig bleef hij trouw aan zijn principes van intellectuele arbeid, fysisch bezig zijn door te wandelen, met studie en gebed.

 

Hij overleed te Rotselaar op 7 maart 1999. Op zijn sterfbed hebben Anette en Rhené Emmerich hem plechtig moeten beloven om zijn levenswerk “De Psychognomie” verder te blijven uitdragen.

De Psycho-Physiognomie

 

De Duitse Carl Huter is degene die de leer en methode genaamd Psycho-Physiognomie heeft ontwikkeld op basis van zijn onderzoeken en bevindingen. Het is nagenoeg geheel gebaseerd op de wetenschappelijke “Kiembladenleer”, waarbij in principe maar drie “soorten” mensen bestaan. Uiteraard met een oneindige variatie.

 

Indien het binnenste kiemblad, het endoderm, het meest aanwezig is spreken wij over de voedingsaard, welke door hem de kleur blauw heeft meegekregen. Deze mensen zijn in hun meest duidelijke vorm breed qua lichaam en vaak ook rond, met korte armen en benen die meestal conisch gevormd zijn. Hun buikomvang is groter dan hun borstomvang en de romp is in verhouding groot. De huid is zacht en zij zien er vlezig uit met vaak dikke vlezige oorlellen, lippen, neuspunt, wangen, kin en kaak. Het grootste gedeelte van het gezicht ligt onder de lijn van het vooroorpunt tot vooroorpunt. Deze gezichtsvorm wordt ook wel als fysiologisch betiteld. Het lichaam vraagt om rust en wil niet opgejaagd worden. Het zijn vaak mensen die van het leven willen genieten. Zij willen eigenlijk maar met een ding tegelijk bezig zijn. Zij moeten op tijd eten anders kan hun stemming snel omslaan naar minder prettig. Hun talenten liggen in principe in het zakenleven. Materie kan heel belangrijk zijn.

 

Wij spreken over mensen als een bewegingsaard als het middelste kiemblad genaamd het mesoderm het meest aanwezig is. Zij krijgen de kleur rood. Het lichaam is meestal lang en krachtig, hoekig en vaak gespierd. De borstomvang is groter dan de buikomvang. De huid is hard en strak en het profiel is markant tot hoekig. Het middengezicht domineert. Duidelijk zijn de jukbeenderen aanwezig en de neus is markant met een duidelijk neusbot. Kin en kaaklijn zijn veelal hoekig. Deze mensen hebben vaak geen dikke oorlellen. Wel kunnen zij grote oren hebben. Hun bovenlip is veelal smal en strak. Echter de wenkbrauwboog is vaak sterk ontwikkeld en geprononceerd. Het lichaam vraagt om beweging en doen. Hun lengterichting verraadt een drang naar dominantie en het doorzetten van de eigen wil. Hun talent is kracht.

 

Bij mensen waarbij het ectoderm het meest ontwikkeld is spreken wij over de gevoelsaard, die door Huter de kleur geel heeft gekregen. Het ectoderm is het buitenste kiemblad. Het lichaam is slank, mooi gevormd en meestal klein van stuk. De verdeling is heel harmonisch. De huid is veelal stralend en fijn van structuur. Normaliter heeft de persoon mooi gevormde grote ogen en wenkbrauwen. Ook de lippen, neus en mond zijn vaak fraai vormgegeven. Vaak ligt het grootste gedeelte van het gezicht boven de lijn van vooroorpunt tot vooroorpunt. Het gezicht kan in vele gevallen naar beneden toe spitsvormig verlopen. Het lichaam is hier ondergeschikt aan het denken. Zij houden van harmonie en een rustige omgeving. Hun talent is het geestesleven.

 

Bij deze leer wordt ook gewag gemaakt van de zogenaamde “Kraftrichtungs Ordnung”. De denkbeeldige lijnen die in de vorm van de schedel te zien zijn en die veel betekenen. Huter kent ook de gelaatkunde, genaamd “Antlitzdiagnostik”. De originele studiebüste van Carl Huter is helaas niet meer in deze vorm te koop. Enkele mooie exemplaren zijn nog aanwezig bij verzamelaars en liefhebbers. Carl Huter heeft reeds op jonge leeftijd geleerd om naar mensen te kijken. Hij heeft de Phrenologie, de schedelleer geleerd van diverse leraren waarvan professor doctor Xyriaxs de bekendste is. In zijn korte leven, hij werd nauwelijks 52 jaar oud heeft hij een groot oeuvre nagelaten over vele onderwerpen. Zijn bekendste boek is het lijvige “Hauptwerk”.

De Patho-Physiognomie

 

De Patho-Physiognomie omhelst eigenlijk het herkennen van ziektebeelden in het gelaat. Ons gelaat is te vergelijken met het dashboard van een auto. Er kunnen plotseling of sluipend veranderingen optreden in ons gelaat. Het kunnen huidverkleuringen, verandering van huid structuren, verdikkingen of huiduitslag zijn. Ook haargroei of puisten, moedervlekken en andere vlekken, eczeem of wonden en bloedingen kunnen op de huid te zien zijn. Komt dit voor op zogenaamde reflexzones van organen, weten wij dat er met dat onderliggende orgaan iets aan de hand is.

 

Ook de handen en voeten vertellen veel over de toestand van onze organen. Koude handen en voeten hebben nagenoeg altijd te maken met een verstoorde werking van de circulatie. Ook de kleuren die handen en voeten tonen hebben een betekenis. De circulatie zien wij op vele plekken op ons gelaat. De oren, de tong, de hartlijnen, de neuspunt enzovoort.

 

Storingen in het spijsverteringssysteem openbaren zich op de lippen, het gebied rond de mond, de mondhoeken, de neuspunt, het voorhoofd, de tong enzovoort. Problemen met het ademhalingssysteem zijn zichtbaar aan de neusvleugels, verkleuringen aan lippen en oren en aan handen en voeten. Het hormoonsysteem is zichtbaar aan de hals en het pallium en op verschillende plekken boven de wenkbrauwen. Het urogenitaalsysteem is zichtbaar op vele plekken onder de ogen.

 

Het herkennen van deze symptomen in een vroeg stadium kan levensreddend zijn. Bijvoorbeeld in het geval van een vrouw die beginnende baarmoederhalskanker heeft. Na signalering kan zij een goede gyneacoloog consulteren.

 

Wij hanteren de methodes van Paul Carton en professor Bouts plus de methodes van Natale Ferronato en Karlheinz Raab. In specifieke gevallen wordt ook de Chinese methode toegepast.

De Chinese Gelaatkunde

 

Toen de mannen gehuld in dierenvellen en gewapend met een knots in de oertijd de vrouwen aan hun lange haren de holen introkken hadden de Chinezen reeds een hoge mate van cultuur bereikt. Men kende al lezen en schrijven, men had de zijde, men was bekend met de Chinese Geneeskunde en de medicijnen, men kon toen al operaties uitvoeren, men kende de boekdrukkunst en het buskruit was in China al bekend.

 

Op basis van het Taoïsme en de kennis van de Chinese Geneeskunde op het slagveld ontstond de Chinese Gelaatkunde gespiegeld aan de vijf elementen.

 

De artsen van de keizer speelden ook een grote rol in het ontwikkelen van de vele vormen van Chinese Gelaatkunde. Als de keizer ziek werd mochten de artsen alleen het gelaat, de handen en de voeten van de keizer zien. Op basis van deze bevindingen moesten zij een gedegen analyse maken van het ziektebeeld van de keizer.

 

Werd de keizer genezen dan werden zij vorstelijk beloond, maar in het omgekeerde geval kon het hun dood kosten. Vandaar dat de Chinese artsen heel goed en heel kundig moesten zijn. Het was vooral aan de Gele Keizer en zijn secretarissen te danken dat al deze prachtige kennis werd opgetekend zodat wij tot op de huidige dag daarvan mogen profiteren.

 

De Chinese Gelaatkunde kent twaalf paleizen op het gelaat elk met zijn specifieke en unieke kenmerk. Daarnaast bestaat een “kaart” van 100 jaren. Deze zijn op een unieke manier over het gelaat verdeeld. Als derde item vinden wij de plaatsen van de Gelukspaleizen.

 

Er bestaan vele boekwerken over de Chinese Gelaatkunde en vaker kunnen wij een ietwat afwijkende interpretatie tegenkomen. Dit komt omdat in het zéér grote land China velerlei variaties zijn ontstaan op dit gebied. Ondanks deze diversiteit klopt elke methode zeer precies.

De Numerologie

 

De Numerologie is ook bekend onder de naam “De macht der Getallen”. Het is werkelijk ongelooflijk dat “dode cijfers” indien tot leven gewekt, heel veel kunnen vertellen over de betreffende persoon. Hier is dus sprake van de geboortedatum. Maar het kan ook toegepast worden op de oprichtingsdatum van een land, een bedrijf, een evenement. Ook op straten en huisnummers en vele andere mogelijkheden.

 

Getallen leer is al heel oud omdat de hele kosmos berust op de leer van de hogere wiskunde. Hoe hebben mensen in Zuidwest Engeland Stonehenge kunnen bouwen zonder het getal pi? Of de bouwers van de piramides in Egypte en midden Amerika? Vele wijze mannen uit het verleden hebben zich met cijfers en getallen bezig gehouden. Een schoolvoorbeeld is onze beroemde Pythagoras.

 

Ook veel oude boeken en geschriften verhalen over de macht der getallen. Zeer waarschijnlijk waren de bekende “Driekoningen” of de “drie wijzen uit het oosten” bekend met de astronomie en de getallenleer. Op grond van hun bevindingen hebben zij het jonge kind Jezus kunnen traceren en vinden.

 

Ook het bijbelboek Numeri is een boek van getallen. De Kabbala is voor een klein gedeelte gebaseerd op dit Bijbelboek. Het is eigenlijk een vorm van jurisprudentie, wet naast de wet.

 

Er bestaan in onze tijd velerlei vormen van numerologie. Van zakelijke numerologie tot numerologie met vleugels.

 

Het meest praktische en meest zinnige is de numerologie welke de geboortedatum tot in de finesses kan ontrafelen en verklaren zodat de uitkomsten een praktische hulp is voor de betreffende persoon.